Een snijdende wind doet mijn ogen tranen maar ik vind het lekker. Fris. Opluchtend. Heerlijk contrast met de vieze verwarmingswarmte waar ik de hele dag in zat.
Ik ben op weg naar iets. Ik weet niet precies wat. We zullen zien. Is het een derde date? Is het een domme actie? Of ga ik gewoon even koffie drinken met een bekende? Ik weet het niet. De hemel is kraakhelder. Een half maantje schijnt mooi. Sterren zijn zelfs in het stadslicht goed te zien.
Ik verbind me voor een paar uur met al mijn vezels met een man. Na enige aarzeling die ik overal voel , in mijn hart, hoofd en ziel, geef ik me over. Ik voel me heel kwetsbaar en naakt. Maar ik wil het. Het kost moeite me te laten gaan. Ik blijf denken en praten ook.
Tot het denken en praten eindelijk stopt en ik alleen nog voel. Het is overweldigend. Te overweldigend. Tranen stromen over mijn wangen. Ik huil in zijn armen. Dan is het over.
Het denken begint meteen weer. En ik wil praten. Ik wil weten hoe dit kan. Maar ik moet de kou in.
Een snijdende wind doet mijn ogen tranen en ik ben blij dat mijn andere tranen, die van diep van binnen, in de koude nacht niet opvallen op straat.
Ik was op weg naar iets. En ik weet nu nog minder naar wat precies. Het is koud.