Sneeuw - dat kraakt onder mijn voeten - dat alles bedekt waar ik altijd naar kijk als mijn deur uit stap, terwijl ik denk aan hem.
Ik wil het niet meer zien. Ik wil dat het beeld, dat is gaan horen bij hoopvolle gedachten en vragen en de wens dat hij zich bedenkt, even gewist wordt.
Als dan straks die witte deken langzaam, heel langzaam smelt, dan kunnen nieuwe gedachten ontspruiten. Net als de plantjes in het voorjaar.